De vergoeding voor de lichamelijke schade

Voor onze bezoekers verwijzen we naar een gelijkaardige samenvatting van publicaties zoals de VZW Verkeerssalchtoffers heeft gepubliceerd, dewelke samenwerkt met advocaat Mortier.

U kunt op onze helpdesk recht ( advocaat Ward Van Loo, letselschade – advocaat )terecht voor meer uitleg en specifieke vragen rond deze teksten over de Indicatieve Tabel.

We benadrukken dat de tabellen niet gebetonneerd zijn in wetgeving, dat het de rechter volledig vrijstaat dit niet te volgen.

Bovendien is de rechtspraak ondertussen geëvolueerd. Sommige schadeposten moeten worden gerelativeerd; er zijn ondertussen belangrijke nieuwe uitspraken. De broer van advocaat Ward Van Loo, Michel Van Loo, is raadsdokter. Als specialist- expert letselschade treedt deze alleen voor slachtoffers op. Dokter Michel Van Loo is traumatoloog. Na jarenlange ervaring in de USA beschikt deze over de meest gesofistikeerde middelen en een omvangrijke bibliotheek over letstelschade om slachtoffers te verdedigen. Advocaat Ward Van Loo heeft ook de gewoonte om deel te nemen aan expertisevergaderingen, om daar persoonlijk het slachtoffer mee te verdedigen. Behalve tijdens het onderzoek aan het lichaam waarvoor de advocaat tijdelijk het onderzoekslokaal dient te verlaten.

Hierna de tekst zoals gepubliceerd door VZW Verkeersslachtoffers:


8. Het vergoedingsprincipe - de indicatieve tabel

 

 

8.1 Hoofdprincipe: volledige schadeloosstelling

Het principe van de schadebegroting is geniaal in zijn eenvoud : het slachtoffer - en bij diens overlijden zijn erfgenamen - zijn gerechtigd op de volledige vergoeding van alle schade die voortvloeit uit het ongeval (zie ook het hoofdstuk "Mogelijke vergoedingen" om de voorwaarden te vernemen).

Maar de toepassing van dit principe op de lichamelijke schade past als een tang op een varken; juristen zijn dan ook op zoek gegaan naar een passende onderverdeling van de lichamelijke schade, om zo de regelmatig voorkomende gevallen op een algemene en rechtvaardige wijze te kunnen vergoeden.


8.2
De indicatieve tabel

Bovendien werd door de verenigingen van Belgische Magistraten een indicatieve tabel opgesteld. Deze tabel, die voor het laatst in mei 2004 werd herzien, geeft een overzicht weer van de gebruikelijke vergoedingen van de regelmatig voorkomende schadeposten. Omdat zij door de rechters zelf is opgesteld bevat zij in feite de gebruikelijke rechtspraak betreffende de schadevergoeding.

Zij is vooral bedoeld als richtlijn bij de begroting van de lichamelijke schade van slachtoffers van een verkeersongeval, maar ze wordt ook daarbuiten vrij algemeen gebruikt.

In de indicatieve tabel (I.T.) wordt benadrukt dat de opgegeven richtvergoedingen voor de rechter helemaal niet bindend zijn en dat zij niet kunnen worden toegepast wanneer de omvang van de schade in concreto wordt aangetoond.

In het voorwoord van de Indicatieve Tabel staat dan ook : "De tabel laat de soevereine beoordeling van de feitenrechter geval per geval onverkort".

Vele van deze richtvergoedingen worden niettemin bijna steeds zonder enige betwisting toegepast door de advocaten en door de rechters, zoals de vergoeding voor de huishoudelijke en de morele schade tijdens de TAO en zoals de forfaitaire vergoeding per punt voor de schade BAO (bij lage graden van BAO).

MAAR: de richtvergoedingen voorzien in de I.T. gelden niet of slechts gedeeltelijk voor personen die ernstig gehandicapt zijn (zie verder 9.7 Zwaar gehandicapten); ze worden bovendien slechts gedeeltelijk toegepast door de verzekeringsmaatschappijen.

 

 

De inhoud van de indicatieve tabel (van mei 2004):


I. Uitgaven en kosten

A. Voertuigschade (gebruiksderving - BTW) -------------- zie hierover het hoofdstuk Voertuigschade
B. Verplaatsingskosten - administratiekosten -------------- zie hierover verder onder nr.
9.23 kosten en uitgaven
C. Kledij en bagage
-------------- zie hieronder nr. 9.23 kosten en uitgaven
D. Medische kosten na consolidatie
-------------- zie nr. 12. Zijn de kosten na de consolidatiedatum vergoedbaar ?



II. Tijdelijke arbeidsongeschiktheid / invaliditeit

A. Morele schade morele schade

B. Materiële schade

1. Inkomensverlies -------------- zie hieronder 9.21 professionele schade
2. Meerinspanningen
-------------- zie 9.21 professionele schade
3. Economische waarde huishoudelijke arbeid
-------------- zie 9.22 huishoudelijke schade

C. Verlies schooljaar -------------- zie 11. Losse weetjes , nl. nr. 11.5

1. Materiële schade
2. Morele schade
3. Verlies loopbaan



III. Blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.)/ blijvende invaliditeit (B.I.)


Wijzen van schadeloosstelling
-------------- zie 9.5 Wijzen van vergoeding

A. Kapitalisatie -------------- zie 9.5 Wijzen van vergoeding

1. Splitsingsmethode
2. Rentevoet
3. Sterftetabellen

B. Geïndexeerde rente -------------- zie 9.7 Zwaar gehandicapten (m.a.w. hoge graad van B.A.O.)

C. Vergoeding per punt BAO/BI -------------- zie 9.5 Wijzen van vergoeding

1. Materieel-moreel gemengd
2. Morele schade
3. Materiële schade


De belangrijkste schadeposten


D. Genegenheidsschade
-------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade (o.a. genegenheidsschade)

E. Materiële schade

1. Inkomensverlies -------------- zie 9.21 professionele schade
2. Huishoudelijke schade -------------- zie
9.22 huishoudelijke schade
3. Postprofessionele schade
-------------- zie 9.21 professionele schade

F. Hulp van derden -------------- zie 9.22 huishoudelijke schade

G. Seksuele schade -------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade (o.a. sexuele schade)

H. Esthetische schade -------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade (o.a. esthetische schade)

I. Genoegenschade -------------- zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade (oa genoegenschade)


IV. Overlijden
-------------- zie 13. Vergoedingen bij overlijden

A. Begrafeniskosten
B. Schade ex haerede
C. Morele schade bij overlijden van een nabestaande
D. Economische schade bij overlijden


V. Intrest en provisie
-------------- zie hierover Enkele principes betreffende de uitbetaling van de vergoeding door de verzekeringsmaatschappij (in hoofdstuk "Vergoedingen")

A. Hoofdsom en intrest
B. Provisie


VI. Opdracht aan de medische deskundige
-------------- zie hierover MEDISCHE EXPERTISE


VII. Slotbeschouwingen

A. Schadeloosstelling van menselijke schade
B. Indeling van menselijke schade
1. Soorten menselijke schade
2. Indeling van het schadeveld volgens de tijdsdimensie.

 

De belangrijkste delen van de indicatieve tabel worden hieronder geciteerd.

 

 

 

 

 
 

9. Wat is lichamelijke schade?

 

9.1 Algemene definitie

9.11 Het gaat hier om (de vergoeding voor) lichamelijke letsels in de ruimste zin, inbegrepen de nadelen op het morele vlak en de psychische letsels . Synoniemen voor "lichamelijke schade": letselschade, schade aan de mens, persoonsschade,...

Het gaat om de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeien uit de (fysieke en/of psychische) letsels die een persoon heeft opgelopen.

9.12 Het hoofdonderscheid in lichamelijke schade: materiële * en morele * schadevergoeding. Beide worden verder onderverdeeld (zie hieronder nr. 9.2 ).

9.13 Een ander belangrijk onderscheid is dit tussen invaliditeit en arbeidsongeschiktheid. Vooreerst zal de geneesheer - expert nagaan in welke mate de fysieke integriteit, dus het lichamelijk (en cerebraal / psychisch) vermogen, van het slachtoffer is aangetast; dus de vraag: welke aantasting, dus handicaps en andere beperkingen, kan op medisch gebied worden aangenomen?; dit betreft de (tijdelijke en/of blijvende) invaliditeit. Daarna wordt, grotendeels op basis van de bepaling van de invaliditeit en ook van de mogelijkheden om te arbeiden, nagegaan in welke mate het slachtoffer nog kan werken (vooral op professioneel vlak); dit betreft de arbeids(on)geschiktheid.

In het Belgische recht wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de aard van de letsels. De begroting van de letselschade gebeurt in principe dus op dezelfde wijze voor een whiplash - patiënt als voor een persoon die een vingerkootje heeft verloren of die een psychisch trauma (met depressie) heeft opgelopen. Alle bewezen fysieke en psychische (geestelijke) schade als gevolg van het verkeersongeval moet worden vergoed. De juristen hebben de schadelijke gevolgen enkel maar in soorten ingedeeld om ze gemakkelijker te kunnen bespreken.

Zo ook is in principe de rechtsgrond zonder belang: van zodra het recht op schadevergoeding vaststaat moet deze integraal worden betaald aan het slachtoffer, ongeacht of de schade gebaseerd is op de burgerlijke aansprakelijkheid,of op de wetgeving betreffende de zwakke weggebruikers (art. 29bis WAM), of op de verplichtingen van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, of op een medische fout, of op een verkeersinbreuk (samen met art. 1382 Burgerlijk Wetboek). Maar soms is het slachtoffer enkel gerechtigd op een vergoeding die forfaitair (dus niet volgens de werkelijkheid) wordt bepaald, zoals bij toepassing van het arbeidsongevallenrecht of van een sommenverzekering.

 

9.2 Materiële schade

De materiële schade betreft de nadelen met een (rechtstreekse of onrechtstreekse) financiële weerslag; dus de vraag: in welke mate zou mijn financiële toestand beter zijn geweest indien het ongeval niet was gebeurd.

Deze schade omvat de
professionele schade (9.21), de huishoudelijke schade (9.22), en de stoffelijke schade (
kosten en uitgaven, nr. 9.23).

 

9.21 De professionele schade

Deze schade bestaat in de volgende vormen : inkomstenverlies, vermindering van de economische waarde, en meerinspanningen .

Een rechtstreeks inkomstenverlies, i.h.b. beroepsinkomensverlies doordat men - al dan niet tijdelijk - niet meer kan gaan werken als gevolg van de arbeidsongeschiktheid. De vergoeding voor deze schade wordt doorgaans zo precies mogelijk, cijfermatig berekend (zie ook verder onder nr 10, a2).

De indicatieve tabel (verder "I.T.") voorziet:

"
Het inkomensverlies moet steeds in concreto worden bewezen. In aanmerking te nemen: het nettoloon tenzij aangetoond wordt dat op de toe te kennen vergoeding gelijkwaardige fiscale en sociale lasten rusten als deze die het inkomen bezwaren. Als het nettoloon als basis gebruikt wordt, kunnen reserves worden toegekend voor de fiscale en sociale lasten indien dit gevraagd wordt. De schadevergoeding bestaat er steeds in eenzelfde nettoloon te verkrijgen als vóór het ontstaan van de schade".

Men kan ook inkomensverlies lijden buiten de eigenlijke beroepsuitoefening. Wie door het ongeval geen sport of hobby meer kan uitoefenen die geld opbracht of geen activiteit meer kan verrichten die geld bespaarde (bvb. onderhouden van de tuin) heeft voor dit verlies recht op schadevergoeding. Hier spreekt men van extra-professionele schade (zijnde materiële schade bovenop het beroepsinkomensverlies).

Het kan ook aannemelijk zijn dat het slachtoffer normalerwijze, zonder het ongeval, na zijn pensioen nog op enige wijze geld zou verdiend hebben. Hier spreekt men van postlucratieve (of postprofessionele) schade.

De indicatieve tabel: "41. Postprofessionele schade is het verlies opgelopen door de gehele of gedeeltelijke ongeschiktheid tot het verrichten van arbeidstaken die niet behoren tot de huishoudelijke arbeid en die een nutswaarde hebben na het afsluiten van de beroepsloopbaan.
Daaronder vallen niet: de inkomsten uit toegelaten arbeid voor gepensioneerden, indien zij vervat zijn in de vergoeding voor de blijvende arbeidsongeschiktheid".


De vermindering van de economische waarde als gevolg van de (blijvende) arbeidsongeschiktheid.

Deze vermindering betreft voor een werknemer de aantasting van zijn concurrentiële waarde op de arbeidsmarkt; dit is het verhoogde risico om in de loop van zijn verder leven als gevolg van het ongeval minder te verdienen doordat hij sneller en langer werkloos zal zijn en/of doordat hij verplicht zal zijn een beroep te aanvaarden met een lager loon (nl. wegens lager uurloon of wegens niet meer voltijds kunnen werken).


De noodzaak meerinspanningen te leveren bij de uitoefening van economische activiteiten, zijnde in het bijzonder bij de huishoudelijke en/of professionele activiteiten; deze vorm van materiële schade betreft de verhoogde inspanningen die thans bij de uitvoering van deze activiteiten nodig zijn, ten aanzien van de toestand die zou hebben bestaan zonder het ongeval.

Aangaande de meerinspanningen bij professionele activiteiten is de indicatieve vergoeding bepaald op 17, 50 per dag, in verhouding tot het percentage van T.A.O., vanaf de werkhervatting .

De I.T.:"Meerinspanningen bij professionele activiteiten die niet concreet begrootbaar zijn, worden vergoed tegen € 17,50 per dag a rato van 100 % arbeidsongeschiktheid vanaf het hernemen van de professionele activiteit".


9.22 De huishoudelijke schade


a. De huishoudelijke schade

De uitvoering van huishoudelijke taken heeft een economische waarde, zodat het niet meer (of minder goed) kunnen uitvoeren van het huishoudelijke werk vergoedbare materiële schade uitmaakt. De huishoudelijke schade slaat op de materiële schade doordat men (als gevolg van het ongeval) zijn vroegere, gebruikelijke huishoudelijke activiteiten niet meer of minder goed kan verrichten. Zoals bij de professionele schade is vergoeding voor de huishoudschade verschuldigd 1° voor het verlies aan economische waarde (als huisvrouw / huisman), dus voor de volledige of gedeeltelijke onmogelijkheid om huishoudelijke activiteiten te verrichten, alsook 2° voor het moeten leveren van meerinspanningen bij dergelijke activiteiten.

Voor de huishoudelijke schade worden de volgende richtvergoedingen voorgesteld:

* zonder kinderlast:17,50 € per dag;
* met één kind dat gerechtigd is op kinderbijslag: 25 € per dag; per bijkomend kind vermeerderd met 5 €.

Deze vergoeding geldt per huishouden. Ze wordt aangepast in overeenstemming met de (bewezen) concrete bijdrage die elke partner in het huishouden levert; bij gebrek aan concrete gegevens (zoals bijna steeds) wordt de bijdrage uitgesplitst in 65 % door de vrouw en 35 % door de man.

Volgens de I.T. "wordt een forfaitaire vergoeding voor het verlies van de economische waarde van de huishoudelijke arbeid toegekend, alhoewel de schadelijder wel concrete elementen moet aanbrengen die het bestaan van zijn schade minstens aannemelijk maken.

Volgende vergoedingen worden voorgesteld:
a) zonder kinderlast: € 17,50 per dag;
b) met kinderlast: € 25,- per dag met één kind, per bijkomend kind te verhogen met € 5,-/kind, waarbij kinderen ten laste van het globaal huishouden worden gerekend zolang zij gerechtigd zijn op kinderbijslag.

Het betreft een vergoeding per huishouden en niet per individu. De vergoeding wordt aangepast in functie van de bijdrage die elke partner in het huishouden levert. Bij gebrek aan concrete gegevens wordt de bijdrage gesplitst als volgt:65 % bijdrage door de vrouw en 35 % door de man".

Bij voorbeeld: het gezin bestaat uit vader + moeder + 2 nog inwonende kinderen; de volledige waarde van de huishoudelijke bezigheden van man en vrouw samen wordt, volgens de indicatieve tabel, bepaald op (25 + 5 € =) 30 € per dag; het aandeel van de man wordt forfaitair geraamd op 35%, dus op 10,5 €; als de man aangereden wordt zal hij dus een vergoeding voor huishoudschade ontvangen van 10,50 € per dag van 100 % TAO.


b. De hulp van derden

Het slachtoffer kan ook nood hebben aan hulp van derden. Vaak zal het slachtoffer hulp van huishoudelijke aard nodig hebben (schoonmaken, afwassen, strijken,...), maar dit valt onder de huishoudelijke schade (of evt. onder de kosten en uitgaven) en niet onder de eigenlijke hulp van derden. Met deze hulp van derden wordt het volgende bedoeld: bij erge B.A.O., en meerbepaald bij een vermindering van de zelfredzaamheid, heeft het slachtoffer hulp nodig bij activiteiten van het dagelijkse leven (A.D.L.), zoals bij zich voeden, zich wassen, zich aankleden, zich verplaatsen, e.d. Deze hulp van derden vormt een andere, bijkomende schadepost dan de eigenlijke huishoudelijke schade. Deze schade bestaat vooral bij zeer ernstig gehandicapten.

De indicatieve tabel:

" 42. De noodzaak aan hulp van derden, buiten het huishouden, en de omvang van de te verstrekken hulp moeten steeds in concreto worden vastgesteld. Wanneer de hulp wordt uitgedrukt per tijdseenheid, wordt een bedrag per uur vastgesteld, in overeenstemming met de vereiste kwalificatie van de hulpverlener.
Voor de wijze van vergoeden van in de toekomst nodige hulp van derden gelden dezelfde regels als voor het toekomstige verlies van arbeidsvermogen".

Deze hulp van derden geeft vaak aanleiding tot een zeer hoge schadevergoeding. Als bvb. de vergoeding daarvoor wordt vastgelegd op 2 uren aan 10 euro per dag, dan betekent dit een levenslange vergoeding van 7.300 euro per jaar. Maar mogelijks gaat het zelfs om veel zwaardere schade, zodat bvb. de vergoeding overeenstemt met het loon van 3 verpleegsters.

Het meten van het aantal uren noodzakelijke hulp dient derhalve zo nauwkeurig mogelijk te gebeuren, wat bij een medische expertise vaak wordt vergeten. Een belangrijk meetinstrument is de Elida-schaal (zie ook ADL-hulp).


9.23
De stoffelijke schade

Ook alle andere geleden schade moet worden vergoed, zoals kosten en uitgaven die het gevolg zijn van het ongeval (zijnde meestal een verkeersongeval). Onder "stoffelijke schade" vallen o.a. de medische kosten, de voertuigschade, de kledijschade, de verplaatsingskosten, e.d.

De I.T.:

" Verplaatsingkosten - administratiekosten

Een forfaitaire tegemoetkoming van € 62,- tot € 125,- in administratie-, correspondentie- en telefoonkosten kan toegekend worden. Voor verplaatsingskosten, indien forfaitair berekend, ongeacht het type van voertuig, is € 0,25 per kilometer aanvaardbaar.

Kledij en bagage

Bij bewezen schade kan de vetusteit (veroudering) in aanmerking genomen worden. Als de omvang van deze schade niet exact kan bewezen worden, wordt ex aequo et bono € 375,- voorgesteld."


Zie ook:

9.3 Morele* schade (morele - geestelijke - psychische schade)


9.31 Definitie

De morele schade (in de volksmond soms nog “pijnen en smarten” genoemd) is alle andere nadelige gevolgen dan de materiële schade. Het gaat dus om nadelen die daadwerkelijk worden ervaren door het slachtoffer maar die geen betrekking hebben op zijn financiële toestand (zijnde op zijn vermogen, zijn patrimonium).


9.32
De gewone morele schade

Deze omvat de psychische trauma 's, lichamelijke pijnen, ongemakken, en andere nadelen die algemeen gepaard gaan met een ongeval.

Opmerkingen:

  • inzover het gaat om buitengewone blijvende morele schade: zie nr 9.33
  • in de mate dat deze morele nadelen ook een financiële weerslag hebben gaat het tevens om materiële schade (zie verder nr. 9.6).

De algemeen gebruikelijke morele schadevergoeding tijdens de T.A.O. (zoals voorzien in de indicatieve tabel en zoals overigens zo goed als nooit wordt betwist) beloopt 25 € per dag, in verhouding tot de graden van T.A.O.

Deze basisvergoeding wordt meestal bepaald op 31 € per dag van hospitalisatie, die immers uiteraard heel wat bijkomende ongemakken en hinder met zich brengt. Wanneer sprake is van werkelijk erge pijnen of uitzonderlijke fysieke hinder tijdens de hospitalisatie- of de revalidatieperiode wordt doorgaans 37,50 € per dag toegekend.

De I.T.: "De morele schade omvat, naast pijn en smarten, onder meer alle courante ongemakken met betrekking tot persoonlijke activiteiten in tuin, sport, hobby en het pretium doloris (schade ingevolge de aantasting van de lichamelijke integriteit – pijn en smarten).

Deze morele schade kan als volgt vergoed worden:

  • 31 € per gewone dag hospitalisatie;
  • 37,50 € bij opname onder hevige pijnen, bijzondere fysieke hinder; ook als zij blijven na de hospitalisatie, en bij zware revalidatie;
  • 25 € bij 100 % ongeschiktheid voor de gewone dagen zonder ziekenhuisopname.

Als het aandeel van het pretium doloris uit dit forfait wordt gelicht omdat het als een afzonderlijke schadepost medisch wordt begroot, worden voormelde bedragen herleid tot € 20,- per dag.

Indien het pretium doloris als een afzonderlijke schade op de schaal van 1 tot 7 wordt vergoed, kan het begroot worden op € 2,50 per dag per graad".

Soms wordt voor de T.A.O. ook een bijkomende vergoeding voor "pretium doloris" aangenomen (letterlijk vertaald "de prijs voor de pijnen"). Dit is de bijzondere morele schade wegens uitzonderlijke fysieke pijnen (bvb. wegens brandwonden). De ernst van deze pijnen wordt meestal uitgedrukt door middel van de zevendelige schaal (zoals voor de esthetische schade - zie wat verder); daarbij betekent 1/7 (1 op 7) een minieme graad van bijzondere pijn en 7/7 onhoudbare pijnen. Bijna nooit wordt pretium doloris als blijvende schade aanvaard (en dus enkel als schade TAO).

De - toch wel ongelukkige wijze van - begroting volgens de indicatieve tabel werd zopas vermeld.



Vervolg: KLIK HIER ->