De vergoeding voor de lichamelijke schade (2)

Vervolg van citaat VZW Verkeersslachtoffers:

9.33 Bijzondere morele schade

Het is logisch en billijk dat een bijkomende vergoeding wordt toegekend wanneer het slachtoffer bovenop de blijvende gewone morele schade een bijzondere morele schade ondervindt, die andere slachtoffers niet lijden.

Deze bijzondere vormen van morele schade worden meestal ex aequo et bono geschat (zie over deze begrotingswijze verder nr. 9.51, 3°).

Hier volgen de belangrijkste soorten van bijzondere morele schade (dewelke dus supplementair wordt vergoed).

a. Pretium doloris (zie hierboven nr. 9.32, drie laatste alinea's), die soms als bijkomende (tijdelijke) morele schadepost wordt aangenomen.

b. Pretium voluptatis, of seksuele schade : de nadelen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de seksuele mogelijkheden. Deze schadepost omvat op zeer ruime wijze alles wat een verminderde functionaliteit van het geslachtsorgaan betreft (inbegrepen een vermindering van de vruchtbaarheid).

Er wordt een onderscheid gemaakt tussen

enerzijds de schade betreffende het seksuele genot (bvb. impotentie, vermindering van libido en lustbeleving, en dergelijke)
en
anderzijds het verlies van (de kansen op) een nageslacht.

Zo omvat de sexuele schade :

1° de vermindering (of het volledige verlies) van de genotservaring tijdens de seksuele daad,

2° de onmogelijkheid om nog seksueel actief te zijn (zodat uiteraard geen seksueel genot meer kan worden ervaren en zodat geen kinderen meer kunnen worden voortgebracht),

3° de verminderde kansen op een huwelijk (of andere vaste relatie), bvb. ingevolge uiterst erge esthetische schade of cerebrale aantasting, en

4° de verminderde kansen of zelfs de onmogelijkheid om nog een kind voort te brengen (m.i.v. meer kansen op een miskraam).

Het gaat hier bijna steeds om een blijvende morele schade (dus vallend niet onder de TAO maar onder de BAO / BI).

De vergoeding voor de pretium voluptatis wordt vaak op 25.000 € of meer vastgelegd (ex aequo et bono).

De indicatieve tafel (I.T.) : "Seksuele schade

Deze schade is als zeer specifieke schade afzonderlijk te vergoeden van de overige schadeposten. Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen enerzijds de schade door verlies aan seksueel leven (bijvoorbeeld impotentie, anorgasmie, aantasting van libido en gevoelloosheid) en anderzijds het verlies van zekerheid op nageslacht, waaronder steriliteit valt te catalogeren.

De noodzaak van bijvoorbeeld een keizersnede of kunstmatige inseminatie worden vergoed. Zowel de materiële schade (bijvoorbeeld de aankoop van medicatie, medisch materiaal en medische ingrepen) als de morele schade moeten vergoed worden".


c.
Genoegenschade, ook geneugteschade of plezierschade genoemd: de vermindering van het levensgenot als gevolg van de verhoogde moeilijkheid (of de onmogelijkheid) om nog deel te nemen aan bepaalde aangename activiteiten, in het bijzonder om nog een bepaalde sport of hobby te beoefenen.

Valt ook onder deze schadepost: het niet kunnen meemaken van een geplande vakantie, bvb. omdat men op weg naar de luchthaven werd aangereden of omdat men een week voor het vertrek werd omvergereden.

De begroting van de genoegenschade gebeurt meestal ex aequo et bono (dus ruw geschat), maar zij steunt uiteraard op de concrete gegevens. Daar deze gegevens zeer uiteenlopend kunnen zijn - bij voorbeeld het niet meer kunnen voetballen (als vrijetijdsbesteding) tegenover een bijna volledig verlies van alle mogelijkheden om te genieten - zijn ook de toegekende vergoedingen zeer verschillend (bij voorbeeld 500 euro tegenover 25.000 euro).


d. Genegenheidschade
: de morele schade die door de verwanten wordt geleden door het moeten aanzien van het zeer ernstige lijden van een zeer nauw familielid of van de vaste partner.

Zo is het begrijpelijk dat de ouders een uitzonderlijke onrust moeten ondergaan wanneer hun kind in coma verkeert ; ook de toestand waarbij een kind of andere naaste een blijvende, erge (fysieke of psychische) aftakeling ondergaat brengt genegenheidsschade met zich mee.

Deze vergoeding wordt in principe eveneens begroot ex aequo et bono, op basis van de concrete omstandigheden (zoals de ernst van de toestand, de duurtijd ervan, de graad van verwantschap en van genegenheidsband, en dergelijke).

De I.T.: "Genegenheidschade - Dit is de schade die de verwanten lijden door het aanzien van het leed van het slachtoffer. Het moet gaan om uitzonderlijke pijnen, smarten door het slachtoffer ondergaan. Er wordt een vergoeding toegekend wanneer het slachtoffer in levensgevaar of coma verkeert, zodat de toestand uiterst zorgwekkend is. Of het gaat om de situatie waarin naastbestaanden verkeren die dagelijks en langdurend geconfronteerd worden met een ernstige blijvende psychische, fysieke of mentale aftakeling van het slachtoffer. De psychische druk moet de normale bijstand te boven gaan."


e. Esthetische schade
: esthetische schade = de morele nadelen als gevolg van de ontsieringen van het lichaam, zoals een litteken, huidverkleuring, amputatie van een lidmaat, misvorming, hinkende gang, … ; hierdoor ontstaat een gevoel van minderwaarde en schaamte bij het slachtoffer, dat hiervoor recht heeft op een bijzondere, bijkomende vergoeding.

Opmerking: de medische expert zal in vele gevallen enkel de littekens en de zichtbare vervormingen aan het lichaam als esthetische schade beschouwen; ten onrechte !; ook het manken, het verlies van een been of een arm, en dergelijke zijn een vorm van esthetische schade.

De graad van de ontsiering wordt door de geneesheer-expert vastgelegd aan de hand van de schaal van Julin, die gaat van 1, zijnde miniem, tot 7, zijnde afstotend. De schaal van Julin geeft uiteraard maar een persoonlijke en dus arbitraire schatting van de expert weer; meestal is het aangewezen dat het slachtoffer de ontsieringen visueel laat vaststellen door de rechter, hoewel in vele gevallen foto’s van de esthetische schade kunnen volstaan.

Bij de begroting van de vergoeding voor deze esthetische schade wordt bovendien rekening gehouden

1° met de plaats van de ontsiering – hoe zichtbaarder hoe hoger de vergoeding (litteken in uw gezicht of op uw billen ?) –,

2° met het geslacht van het slachtoffer (een vrouw bekomt een hogere vergoeding dan een man),

3° met de leeftijd, en

4° met het sociale leven, dus de activiteiten, van het slachtoffer (veel onder de mensen of niet?).


De Indicatieve tabel:

"H. Esthetische schade

45. Deze schade heeft niets te maken met de economische schade die voortvloeit uit esthetische ontsiering. De arts-deskundige baseert zich op de gebruikelijke schaal van 1 tot 7 (schaal van Julin). De rechter kan onder meer rekening houden met de plaats van de ontsiering, het geslacht, de leeftijd en de activiteiten van het slachtoffer. Met activiteiten wordt bedoeld niet zozeer de professionele activiteiten waarbij het uiterlijk invloed kan hebben maar ook de sociale activiteiten zoals deelname aan een toneelkring, muziekgroep of andere sociaal culturele activiteiten die een mens confronteren met anderen.

46. Daar de rechter hier moet appreciëren, is het noodzakelijk een zo gedetailleerd mogelijk advies van de deskundige te ontvangen. Het is ten zeerste aan te bevelen dat de arts-deskundige, naast de gebruikelijke quotering van 1 tot 7, een gedetailleerde beschrijving geeft van de schade, indien mogelijk ondersteund door foto’s, onverminderd de mogelijkheid om de schade van het slachtoffer op de zitting de visu vast te stellen.

Quotering

Schadevergoeding

1/7 (miniem):

€ 250,- tot € 750,-

2/7 (zeer licht):

€ 750,- tot € 1.500,-

3/7 (licht):

€ 1.500,- tot € 2.250,-

4/7 (middelmatig):

€ 2.250,- tot € 8.750,-

5/7 (ernstig) :

minstens € 8.750,- (geen maximum)

6/7 (zeer ernstig):

minstens € 15.000,- (geen max.)

7/7 (afstotend):

minstens € 25.000,- (geen max.)

".

Bovenstaande richtvergoedingen voor de esthetische schade, op basis van elk van de 7 graden van de schaal van Julin, liggen in vele gevallen (merkelijk) lager dan wat de rechter toekent. Zeker voor esthetische schade van minstens 4 op 7 (middelmatig) en voor een jong meisje hebben vele rechters de neiging een hogere vergoeding toe te kennen dan voorgesteld in de indicatieve tabel.

 

f. Andere bijzondere morele schade: telkens het verantwoord is een bijkomende vergoeding te bekomen bovenop de gewone vergoeding voor de morele schade kan deze worden gevraagd. Zo is een dergelijke bijzondere vergoeding gerechtvaardigd wanneer de vader vóór zijn ogen zijn zoon heeft zien verongelukken, wanneer het slachtoffer als gevolg van het ongeval een P.T.S.S. (posttraumatische stressstoornis) of een ander belangrijk psychisch trauma heeft opgelopen, of wanneer de noodzakelijke chirurgische ingreep een bepaald nadelig gevolg (bij voorbeeld een verhoogde stem of incontinentie) met zich heeft gebracht.

 


9.4 T.A.O. en B.A.O. (ijdelijke arbeidsongeschiktheid en blijvende arbeidsongeschiktheid)

Een ander onderscheid is deze volgens het tijdsverloop.

9.41 Op een bepaald tijdstip kunnen de letsels als gestabiliseerd worden beschouwd; ze zullen niet meer verder genezen (maar evenmin verergeren) vanaf een bepaalde dag. Deze dag wordt de consolidatiedatum* genoemd.

9.42 De - evolutieve - periode tot aan deze consolidatie is de tijdelijke arbeidsongeschiktheid (T.A.O.) , ook T.W.O. (tijdelijke werkongeschiktheid) of T.O. (tijdelijke ongeschiktheid) genoemd; soms is er geen economische ongeschiktheid en dan noemt deze periode "tijdelijke invaliditeit" (T.I.).

De - levenslange - periode na deze consolidatiedatum is de blijvende invaliditeit (B.I.*); bestaat een blijvende arbeidsongeschiktheid, bovenop de B.I., dan spreekt men van B.A.O.

Bij de professionele schade TAO wordt in principe enkel (of hoofdzakelijk) geoordeeld op basis van het beroep dat men uitoefende op de dag van het ongeval. Vanaf de consolidatiedatum (dus BAO) worden alle mogelijke beroepen (gelet op de beroepsopleiding, -ervaring, e.d.) in ogeschouw genomen.

9.43 De blijvende invaliditeit slaat op de opgelopen handicap(s), op de verminderde mogelijkheden als mens, louter gezien vanuit medisch (en dus niet-juridisch) oogpunt.

Blijvende arbeidsongeschiktheid (B.A.O.), ook blijvende werkonbekwaamheid (B.W.O.) genoemd, is een vorm van B.I.; zij is meerbepaald deze blijvende invaliditeit die een materieel (geldelijk) verlies met zich brengt in de vorm van een - al dan niet rechtstreeks - verlies aan inkomsten of aan economische (zijnde in geld waardeerbare) waarde.


De indicatieve tabel: "Blijvende arbeidsongeschiktheid / invaliditeit"
21. De schade die hier wordt bedoeld is het toekomstige, te
verwachten verlies van arbeidsvermogen ingevolge een psychische en fysieke aantasting. Om dit verlies vast te stellen moet eerst worden uitgemaakt hoeveel de getroffene
in de toekomst zou verdiend hebben zonder de schadeverwekkende oorzaak. Daarna moet worden nagegaan hoeveel hij in werkelijkheid nog zal kunnen verdienen.
Het verschil tussen beide is de schade. De schade wordt begroot op het ogenblik van de uitspraak".

Wie de activiteiten in zijn beroep of binnen het huishouden minder goed kan verrichten, zelfs ondanks meerinspanningen, lijdt een vermindering van zijn arbeidsgeschiktheid en dus een verlies aan economische waarde.

LET OP: u kan op verschillende gebieden een beoordeling van uw B.I. / B.A.O. meemaken, met telkens een volledig andere beslissing. Zo gebeurt het vaak dat de arbeidsongevallenverzekeraar u een beslissing van genezenverklaring (dus 0 % BAO) stuurt, dat u van de B.A.-verzekeraar de kennisgeving van 4 % B.A.O. ontvangt, en dat u door uw ziekenfonds wordt aanvaardt als zijnde meer dan 66 % invalide...; zie ook de uitleg bij Vergoedingen nr. 3, 6c en 6d (Gevallen van vergoedbaarheid van de lichamelijke (en verwante) schade). Steeds een eigen, ervaren raadsgeneesheer raadplegen!


9.44
De verzekeringsexpert, die zoals hierboven onder medische expertise uiteengezet normalerwijze als eerste medische besluiten opstelt, zal steeds enkel maar tot blijvende invaliditeit en dus niet tot B.A.O. besluiten. Vaak wordt dit door de rechtbank geïnterpreteerd in die zin dat er enkel morele (en dus geen materiële) schade overblijft.

Vanzelfsprekend zal u een beduidend hogere vergoeding kunnen vragen indien de tegensprekelijke expertise besluit tot B.A.O. (= B.W.O.), en niet enkel tot blijvende invaliditeit



9.5
Wijzen van vergoeding (of juister : wijzen van begroting van de vergoeding).

9.51 De begrotingswijzen die relevant zijn in het kader van schadevergoeding zijn:

1° de terugbetaling van de werkelijk betaalde prijs (voor de medicamenten, medische onderzoeken, voertuigschade, ...), eventueel na een aftrek wegens het toerekenen van een voordeel (bijvoorbeeld wegens de eigen besparingen bij de huur van een vervangingsvoertuig);

2° de forfaitaire vergoeding, waarbij de vergoeding niet effectief wordt uitgerekend maar op een vast bedrag wordt geschat; deze begrotingswijze kan worden onderverdeeld in twee vormen:

a. er wordt een bedrag voor één schadepost, of één globale som voor meerdere schadeposten gezamenlijk, vastgelegd, rekening gehouden met de concreet vastgestelde toestand; zo kan de expert met de schadelijder overeenkomen dat de voertuigschade in haar totaliteit wordt begroot op bvb. 1.000 euro (zonder te bepalen of het al dan niet een totaal verlies betreft, of dergelijke); zie ook hierna 3°, begroting ex aequo;

b. een andere vorm van forfaitaire begroting bestaat erin dat de vooraf vastgelegde vergoedingscriteria worden toegepast op dit concrete geval; zo wordt voor de vergoeding ingevolge de B.A.O. zeer vaak een begroting per punt (= per percent van blijvende invaliditeit ) toegepast, volgens de indicatieve tabel; daarbij wordt de vergoeding uitsluitend bepaald door de graad (= het percentage) van B.A.O. of van B.I. en door de leeftijd van het slachtoffer (en dus niet door de andere relevante factoren, zoals gezinssamenstelling, beroep en inkomen, ...);

3° begroting van de schade ex aequo et bono, dus "naar billijkheid en goedheid", d.w.z. op grove wijze forfaitair * geschat; het bestaan van kwestieuze schadepost is afdoende aannemelijk en dus bewezen, maar tezelfdertijd is het onredelijk om van de benadeelde te eisen dat hij de exacte omvang van deze schade dient aan te tonen; typevoorbeeld: de kledijschade als gevolg van een ongeval wordt bijna steeds ex aequo et bono geraamd (volgens de indicatieve tabel meerbepaald op 375 euro); ook meerdere morele schadeposten worden ex aequo et bono geraamd (zie hoger onder nr. 9.33);

4° de kapitalisatieberekening : zie hierna nr. 9.53;

5° de periodieke (geïndexeerde) rente : zie hierna nr. 9.7.

De I.T. : "26. Het enige alternatief dat geen rekening houdt met veronderstellingen maar wel met een reële levensduur en evoluerende renten zijn rente-uitkeringen of de geïndexeerde rente.
Wordt deze rente-uitkeringen niet gevraagd en wordt rekening gehouden met een onbepaalde levensverwachting dan is de lijfrente te verkiezen boven de ‘zekere’ annuïteiten omdat de levensverwachting in de lijfrente actuarieel in aanmerking wordt genomen.
Kiest de schadelijder toch voor ‘zekere’ annuïteit dan zal dit bij een vaste duurtijd zoals de pensioenleeftijd, meer kans geven dat zijn kapitaal niet uitgeput is vooraleer die leeftijd wordt bereikt.
"

9.52 De keuze tussen deze onderscheiden begrotingswijzen wordt vooral bepaald door de vaststelling dat men al dan niet voldoende cijfergegevens bezit om een berekening uit te voeren.

9.53 Vanaf ongeveer 15 % B.A.O. (blijvende arbeidsongeschiktheid) staat men vergoeding toe bij wijze van kapitalisatieberekening *. Hierbij worden de verdere toekomstige professionele schade en andere blijvende schade berekend uitgaande van de actuele schadevergoeding per dag, maar rekening gehouden met het voordeel van de vervroegde uitbetaling.

De actuele indicatieve tabel (mei 2004):

"A. Wijzen van schadeloosstelling

1. Kapitalisatie - splitsingsmethode

22. Kapitalisatie is een manier van berekenen van toekomstige schade. Het is de meest gebruikte methode voor de berekening van doorlopende vermogenschade uit overlijden en belangrijke percentages van blijvende invaliditeit of ongeschiktheid waardoor het inkomen of de economische waarde van het slachtoffer wordt aangetast.
23. Het is de omzetting in een kapitaal van de toekomstige reeks van al de jaarlijkse of maandelijkse te vervallen rente (zoals een loon) over de vermoedelijke periode waarover de vergoeding verschuldigd is.
De rechter moet zich stellen op het ogenblik van zijn uitspraak. Er moet een duidelijk onderscheid gemaakt worden tussen de tot dan geleden schade en de schade die voortloopt na de uitspraak. Enkel deze laatste schade kan door kapitalisatie berekend worden. Het in aanmerking te nemen basisloon (te bewijzen aan de hand van stukken) is het loon van de laatste periode voorafgaand aan de uitspraak. Als basisloon bij inkomensverlies wordt het nettoloon genomen, met voorbehoud voor de fiscale en sociale lasten op de vergoeding.
24. De te hanteren kapitalisatiecoëfficiënt wordt bepaald in functie van de gegevens op het ogenblik van de uitspraak, niet deze van de consolidatiedatum of een andere datum uit het verleden. Rekening moet worden gehouden met het feit dat de pensioengerechtigde leeftijd van vrouwen progressief wordt opgetrokken tot 65 jaar.
25. Bij het berekenen van vergoedingen voor toekomstige schade begeeft men zich op onzeker terrein waarbij zowel de levensduur van het slachtoffer, de veronderstelde toekomstige intrest en de muntontwaarding assumpties zijn die ertoe leiden dat het resultaat, het te ontvangen kapitaal als vergoeding, veelal fout is.
Indien de schadelijder deze vorm van vergoeding wenst, moet het kapitaal zo berekend worden dat het slachtoffer niet geconfronteerd wordt met een uitputting van zijn vergoeding vooraleer de vergoedbare periode verstreken is. De logica gebiedt bij de keuze tussen tabellen met maandelijkse dan wel jaarlijkse uitkeringen te opteren voor dezelfde periodiciteit als de vervallen schade: voor inkomensverlies zijn dat de tabellen met maandelijkse uitkeringen.

2. Rentevoet

27. Zich steunende op de formule van kapitalisatie (rentevoet is gelijk aan de reële rentevoet verminderd met inflatie en belastingen) en het feit dat rentepeilen in de toekomst moeilijk voorspelbaar zijn, neemt de werkgroep aan dat voor 2004-2005 kapitaliseren aan een rentevoet van 3 % verantwoord is.
28. Wanneer de termijn waarover de rente (de periodieke vergoeding) moet worden betaald, relatief lang is, moet rekening worden gehouden met de veiligste beleggingsmethoden. Deze hebben traditioneel het laagste nettorendement.
Omdat ook rekening moet gehouden worden met een verwachte inflatie in 2004 van 1,40 % en de nog bestaande roerende voorheffing van 0,9 % op een renteopbrengst van OLO’s 10-20 jaar van gemiddeld 4,5 % is het nog verantwoord 3 % als rentevoet voor kapitalisatie te hanteren.
29. Bedoeling van de kapitalisatie is dat, mits belegging van het ontvangen kapitaal aan de voor de berekening gebruikte rentevoet, het slachtoffer in staat is om jaarlijks/maandelijks, over de volledige voor vergoeding in aanmerking komende periode, het bedrag van de periodieke
rente te kunnen opnemen.
Hoe hoger de in aanmerking genomen rentevoet, hoe lager de vergoeding.

3. Sterftetabellen

30. Gebruik steeds de meest recente overlevings- of sterftetafels ".

Uit haar aard kan kapitalisatie enkel gebeuren voor toekomstige verliezen (of andere nadelen), die nog moeten ontstaan op de dag van de kapitalisatieberekening. Hier wordt de splitsingsmethode toegepast, waarbij via de vastlegging van een scharnierdatum de blijvende schade wordt opgesplitst tussen deze in het verleden en deze in de toekomst. In de praktijk is de scharnierdatum deze van het (toekomstige) vonnis of deze van de dading.

Uitleg over de kapitalisatie d.m.v. een voorbeeld. Men berekent eerst welk netto-inkomen u normaal gezien zonder het ongeval zou hebben verdiend - bij voorbeeld 1.500 euro per maand - . Veronderstel 1° dat u op de vermoedelijke datum van het vonnis, zijnde de scharnierdatum, nog 25 jaar (= 300 maanden) verwijderd zal zijn van uw pensioenleeftijd en 2° dat u 50% BAO heeft door het ongeval en dat u slechts nog de helft van uw loon, dus 750 euro netto per maand, verdient. Hoe wordt uw toekomstig inkomensverlies dan berekend? Het basisbedrag (750 €) wordt niet zo maar vermenigvuldigd met het aantal maanden tot aan uw pensioenleeftijd ; dus niet 750 euro x 300 maanden= 225.000 €. Omdat u deze schadesom nu onmiddellijk in één keer krijgt, terwijl u uw loon normaal gezien pas maand na maand in de toekomst had ontvangen, wordt de som van 225.000 euro verminderd wegens het voordeel van de vervroegde ontvangst van de som; dit gebeurt door een kapitalisatiecoëfficiënt toe te passen. Bvb.: 750 euro (nettoverlies per maand) x 12 maanden x 17,2557 (kapitalisatiecoëfficiënt voor de duurtijd van 25 jaar) = 155.301,30 euro (of bijna 70.000 € minder dan bij niet-kapitalisatie).

Opmerking: er worden verschillende kapitalisatietabellen gebruikt. Sommige zijn zeer nadelig voor de schadelijder (bvb. de tafels van Levie of van Jaumain); andere zijn aanvaardbaar (zoals de wiskundige tabellen gecombineerd met de meest recente sterftestatistieken, of de tafels van Jacques Schrijvers). Bovendien kan worden betwist welke kapitalisatierentevoet moet worden gebruikt. De gekapitaliseerde som zal een ondervergoeding zijn indien bij de berekening een te hoge rente, de tabellen van Levie, verouderde tabellen of sterftestatistieken, of een te laag basisbedrag (nettoloon) worden gebruikt.

Dit is een zeer technische aangelegenheid, voor gespecialiseerde juristen.

9.54 In de meeste andere gevallen wordt de blijvende schade op forfaitaire * wijze vergoed (d.w.z. grof geraamd). Zo wordt bij lagere graden van B.I.* (blijvende invaliditeit) de vergoeding ervoor meestal bepaald door de graad van B.I. te vermenigvuldigen met een vast bedrag dat enkel wordt bepaald door de leeftijd van het slachtoffer (zijnde de zogenaamde forfaitaire vergoeding per punt).

Bijvoorbeeld: een slachtoffer tussen 15 en 25 jaar zal voor een lage graad van B.A.O. doorgaans een forfaitaire vergoeding van 1.875 euro per punt, zijnde per percent van B.A.O., ontvangen; dus: is de B.A.O. 3%, dan is de gebruikelijke vergoeding 3 x 1.875 = 5.625 euro.

De I.T.:

"Vergoeding per punt of percentage blijvende arbeidsongeschiktheid/blijvende invaliditeit

Hier moet rekening worden gehouden met de impact van de letsels op de totaliteit van de activiteiten van het slachtoffer.

De basis is de leeftijd op de datum van de consolidatie. Bij ongeschiktheden tot en met 15 % kunnen de hierna voorgestelde bedragen worden toegepast, rekening houdend met de ernst, de impact en de graad van de restletsels.

De materiële en morele schade in geval van blijvende ongeschiktheid wordt forfaitair vergoed volgens volgende tabel:

< 15 jaar: € 2.000,-
< 25 jaar: € 1.875,-
< 30 jaar: € 1.750,-
< 35 jaar: € 1.750,-
< 40 jaar: € 1.625,-
< 45 jaar: € 1.500,-
< 50 jaar: € 1.375,-
< 55 jaar: € 1.250,-
< 60 jaar: € 1.125,-
< 65 jaar: € 875,-
< 70 jaar: € 750,-
< 75 jaar: € 625,-
< 80 jaar: € 500,-
< 85 jaar: € 375,-
> 85 jaar: € 250,-

Bij blijvende ongeschiktheid wanneer de materiële schade niet forfaitair begroot werd, wordt de morele schade bepaald op basis van de helft van de bedragen vermeld in bovenstaand tabel.

In de gevallen van blijvende invaliditeit, dit is zonder meerinspanning in het huishouden en professioneel leven, wordt als morele schade de helft van de bedragen uit bovenstaande tabel in aanmerking genomen".

Dus hier zijn enkel het percentage van B.I. / B.A.O. en de leeftijd determinerend voor de schadevergoeding ! Bij voorbeeld: wie op de dag van de consolidatie 54 jaar oud is zal voor zijn 3 % B.A.O. meestal (3 x 1.250 € =) 3.750 € ontvangen (meer vergoedende rente vanaf de consolidatiedatum). Maar als enkel 3% B.I. zonder meerinspanningen werd weerhouden, dan zal dit slachtoffer slechts de helft, zijnde 1.875 €, bekomen voor zijn blijvende lichamelijke schade.

Ook als de blijvende ongeschiktheid minder dan 15 % bedraagt is soms kapitalisatie gerechtvaardigd (zodat een veel hogere vergoeding wordt bekomen).

 

9.6 Erge B.I. zonder B.A.O. (en omgekeerd)

Soms is er erge morele schade hoewel er geen B.A.O. is, dus hoewel men even goed kan werken als vóór het ongeval. Dan wordt daarvoor doorgaans een afzonderlijke vergoeding toegestaan.

Enkele voorbeelden uit de rechtspraktijk:

- deze jonge vrouw kan als gevolg van het ongeval geen sexuele genoegens meer ervaren en zij kan geen kinderen meer baren: een bijzondere vergoeding, dus bovenop de vergoeding voor de gewone morele schade (zie hierover hoger onder 9.31 en 9.32), voor deze seksuele schade of pretium voluptatis * ( zie ook de woordenlijst, onder P-Z ) van 25.000 euro;

- het slachtoffer kan zijn vroegere hobby, nl. wielrennen, niet meer uitoefenen: een vergoeding voor deze genoegenschade * (dus zie ook de woordenlijst, onder E-O ) van 5.000 euro; met de randbemerking dat in de praktijk slechts eerder uitzonderlijk een afzonderlijke vergoeding voor genoegenschade (ook genots- of geneugteschade genoemd) wordt toegekend;

- door het barbecue - ongeval werd haar gelaat grotendeels verminkt: een vergoeding voor deze esthetische schade (zie ook E-O) t.b.v. 25.000 euro; met de bemerking dat ook voor kleine littekens of andere lichte ontsieringen een bijkomende, afzonderlijke vergoeding wordt toegestaan.

Omgekeerd kan een lichte blijvende invaliditeit , dus een lichte morele schade, gepaard gaan met belangrijke materiële, dus financiële, gevolgen.

Zo is het mogelijk dat een eerder beperkte B.I. een volledige B.A.O. met zich brengt. Bijvoorbeeld: een topkok die zijn reukzin verliest zal wellicht een heel ander beroep moeten zoeken (zo dit nog mogelijk is), zodat hier een lichte B.I. erge B.A.O. en dus een erg financieel verlies tot gevolg heeft. Zo ook: een fotomodel met een litteken in het gelaat; een pianist die een pink verliest; een ongeschoolde arbeider die geen kracht meer heeft in zijn rechterpols; een chirurg die concentratiestoornissen ondervindt...

Het is van het grootste belang dat uw raadsgeneesheer en uw advocaat de werkelijke omvang van de morele en van de materiële (= financiële) gevolgen duidelijk maken aan de gerechtsdeskundige en aan de rechtbank. In voorkomend geval zullen zij bepaalde bijkomende onderzoeken aanvragen (bvb. een ergologisch, psychiatrisch, ... onderzoek).

In evenredigheid met de werkelijke schade moet u volledige schadevergoeding bekomen; maar wat de werkelijke schade is wordt in feite bepaald door de gerechtsdeskundige!


9.7
Zwaar gehandicapten

9.71 Een uitzonderlijk hoge schadevergoeding kan worden bekomen wanneer het slachtoffer een hoge graad van B.A.O. overhoudt (zijnde meer dan 50%).

Bij werkelijk zware graden van B.A.O. kan een vergoeding bij wijze van geïndexeerde * rente worden bekomen. Dit houdt in dat het slachtoffer voor één of meer schadeposten vanwege de B.A.-verzekeraar een maandelijkse (of soms jaarlijkse) uitkering ontvangt, die doorgaans jaarlijks wordt geïndexeerd. Meestal kan deze uitkering ook worden herzien, om de 3, 4, of 5 jaar (ten einde de maandelijkse uitkering dan, dus bij de herziening, te kunnen aanpassen aan de ondertussen gewijzigde omstandigheden).

De geïndexeerde rente wordt het meest toegekend voor beroepsinkomensverlies, tot aan de pensioenleeftijd (65 jaar). Zij wordt ook toegepast voor de hulp van derden en voor de huishoudelijke schade, en soms voor de morele schade; in deze gevallen gaat het om een rente die levenslang wordt uitgekeerd (tot op de dag van het overlijden).

De indicatieve tabel:

"B. Geïndexeerde rente

31. Deze vorm van schadevergoeding kan in sommige zware schadegevallen een juistere vergoeding van schade betekenen doordat het slachtoffer, jaarlijks of maandelijks, over de volledige periode waarin de vergoedbare nood bestaat, een (periodiek herzienbaar, eventueel geïndexeerd) bedrag ontvangt. Het voordeel voor het slachtoffer is dat de ontvangen vergoeding dichter aansluit bij de economische toestand en precies de realiteit van de hulpbehoevendheid volgt, anders dan bij kapitalisatie waar steeds rekening wordt gehouden met de kans van een tussentijds overlijden. Nodig is wel dat de debiteur over de nodige solvabiliteit beschikt, gezien de periode waarover moet worden betaald .

32. Door het toekennen van dergelijke rente kan het slachtoffer tegen zichzelf (of tegen zijn naasten) beschermd worden. Het voordeel voor de debiteur (verzekeraar) is dat hij niet langer betaalt dan nodig."

Bij voorbeeld: aan de patiënte met paraplegie (=verlamming aan de 4 ledematen) wordt, naast enkele forfaitaire schadebedragen (50.000 euro wegens pretium voluptatis, 5.000 euro voor de genoegenschade, en dergelijke meer), een geïndexeerde rente toegekend 1° van 1.200 euro per maand wegens het verlies aan beroepsinkomsten, 2° van 600 euro per maand wegens het verlies aan huishoudelijke waarde, 3° van 2.000 euro per maand wegens de noodzakelijke hulp van derden, en 4° van 750 euro per maand voor de morele schade; hetzij in totaal 4.550 euro per maand.

Zie ook het becijferde voorbeeld onder nr. 10.2.

Dit vergoedingssysteem biedt levenslang de nodige bestaanszekerheid aan het ernstig gehandicapte slachtoffer.



9.72
Wij herinneren in het kader van de ernstig gehandicapten ook aan enkele specifieke schadeposten, die vooral voor hen van belang zijn:

a. de hulp van derden - zie 9.22 huishoudelijke schade;

b. de bijzondere vormen van morele schade, vooral: genoegenschade en sexuele schade van het slachtoffer en genegenheidsschade van de gezinsleden - zie 9.33 bijzondere soorten van morele schade.

Uiteraard komen bovenstaande en ook alle andere schadeposten, zoals inkomensverlies en huishoudschade, aan bod voor een jongere of volwassen